Als het op barbecueën aankomt zijn er twee manieren om je vlees te bereiden. Je kan het roken of grillen. Wat is nu eigenlijk het verschil?
Het vlees roken is wat de meeste Amerikanen doen. Het is een heuse American style BBQ techniek. Voor roken heeft men enorm veel geduld nodig, deze techniek vergt minstens twee uur en maximum 24 uur.
Wat zo speciaal is aan het roken is dat er gefocust wordt op de aroma’s die je vlees opneemt. Hiervoor kan je verschillende houtsoorten of je kan het hout aromatiseren met fruit, groenten of noten. Deze leg je dan over de kolen heen en je vlees gaat deze rookaroma’s in zich opnemen.
Roken kan gebeuren met een gas barbecue of een kolen barbecue. Meestal gebeurt roken op een temperatuur tussen de 90 en 150 graden celsius. Doordat deze barbecue techniek zo traag gaat, bekom je een mals en sappig stuk vlees.
Voornamelijk borst, ham, ribben en gebraad zijn geschikt voor de rooktechniek.
Grillen is een techniek die het meest gebruikt wordt buiten Amerika. Je stelt het vlees onmiddellijk bloot aan een warmtebron. Hier heb je minder geduld voor nodig, het vlees zal namelijk gaar zijn binnen enkele minuten.
Grillen kan op een gasbarbecue of op een kolen barbecue. Je draait het vlees minstens één keer om, dit om een knapperig korstje te creëren aan beide kanten van je vlees.
Voornamelijk kip, hamburgers, worst, saté’s, groenten, etc. zijn geschikt voor de grill techniek.

